We kunnen R gewoon als Rekenmachine gebruiken. Met behulp van een rekenmachine kunnen we waarden bewerken, zoals machtsverheffen (^), vermenigvuldigen (*), delen (/), optellen (+), en aftrekken (-), en dat gaat met R op vergelijkbare manier (zie: rekenkundige standaardfuncties)
> 2+4
[1] 6
> 4-3
[1] 1
> 3*5
[1] 15
> 4/2
[1] 2
> 2^3
[1] 8
> 2^-1 # negatieve machten geven een reciprook getal
[1] 0.5
De symbolen die de bewerking voorstellen noemen we ook wel operatoren.
Ieder R-commando wordt afgesloten met een RETURN. Indien een commando bij het geven van een RETURN nog niet af is, antwoordt R met een vervolg-prompt : dit is bij default het plus teken ‘+’. Omgekeerd kunnen meerdere opdrachten op één regel gegeven worden door ze te scheiden met een puntkomma ‘;’.
> 3+3; 1+1
[1] 6
[1] 2
> q( # onvolledig 'quit' commando
+ ) # vervolg prompt
Soms is het antwoord van een berekening TRUE of FALSE. In zo'n berekening worden zg logische operatoren gebruikt. R kent de volgende:
> groter dan
< kleiner dan
>= groter of gelijk dan
<= kleiner of gelijk dan
== is gelijk aan
!= is ongelijk aan
& logische EN
| logische OF
> 2>4 # is 2 groter dan 4?
[1] FALSE
> 3==3 # let op de dubbele ==
[1] TRUE
> 3!=3 # != staat voor ongelijkheid
[1] FALSE
> (3>2)&(3>4) # & staat voor het logische "EN"
[1] FALSE
> (3>2)|(3>4) # | staat voor het logische "OF"
[1] TRUE
In een uitdrukking, ook wel expressie genoemd, kunnen meerdere bewerkingen voorkomen die stuk voor stuk moeten worden uitgevoerd. Daarbij gelden de bekende voorrangsregels: haakjes gaan boven alles, vervolgens komt machtsverheffen, dan vermenigvuldigen samen met delen, en ten slotte optellen samen met aftrekken:
> 3*4^2
[1] 48
> 4^2*3
[1] 48
> (3*4)^2
[1] 144
> 4^(2*3)
[1] 4096
> 3*4/2
[1] 6
> 4/2*3
[1] 6
> 4/(2*3)
[1] 0.6666667
> 4/2-1
[1] 1
> 4/(2-1)
[1] 4
Net als rekenmachines kent R talrijke functies voor het uitvoeren van wiskundige en statistische berekeningen:
> sqrt(9)
[1] 3
> (sqrt(9))==9^0.5
[1] TRUE
> sin(pi) # R kent pi
[1] 1.224606e-16 # nou ja, eigenlijk 0!
> log(10)
[1] 2.302585
> exp(1)
[1] 2.718282
Hier volgen enkele rekenkundige standaardfuncties:
sqrt wortel
abs absolute waarde
sin cos tan goniometrische functies
asin acos atan inverse goniometrische functies
sinh cosh tanh hyperbolische functies
asinh acosh atanh inverse hyperbolische functies
exp log exponentiele functie en natuurlijke logaritme
log10 logaritme met basis 10
floor ceiling trunc entier, boven-entier en gehele deel
round afronding
sign teken
%% rest (bij deling)
R als Rekenmachine (.pdf; Crawley)