Inleiding Programmeren + R

Write

» Start

Write


Als je een matrix of vector weg wilt schrijven naar file dan kun je de functie write gebruiken. 


> x <- c(1:10)

> write(x, file = "output",

+       ncolumns = if(is.character(x)) 1 else length(x),

+       append = FALSE, sep = " ")


Als je write niet vertelt hoe de file heet waarnaar de inhoud van de variabele moet worden weggeschreven dan gebruikt write de naam data. In het voorbeeld wordt de inhoud van de variabele vec10 geschreven naar de file met de naam output. Als je het aantal kolommen (ncolumns) niet specificeert dan worden er standaard 5 kolommen gebruikt. Wel iets waar je even op moet letten!


Als de inhoud van de variabele de vorm heeft van een matrix, ben je wel gedwongen om het aantal kolommen goed aan te geven om de inhoud van de file de juiste vorm te laten krijgen!:


> m <- matrix(c(1:21), ncol=7)

> write(m, file = "output", ncolumns = 7)